03 oktober 2017

Jan Boelen, een soldaat uit Bilzen... Bij de familie Lahaye

We wisten al dat mijn grootmoeder Elisa Lahaye tijdens Wereldoorlog 1 in een vluchtelingenschool in Saint-Ouen verbleef. Ze was daar vanaf juni 1915.

Via Rik Maurissen, lid van Bilisium, de geschiedkundige kring van Bilzen, kregen we onlangs geweldig interessante informatie over Jan Boelen (1889-1955), een korporaal uit Bilzen én over het gezin Lahaye in Wereldoorlog 1.
Het gaat om enkele kaarten, foto's en brieven die Jan Boelen nagelaten heeft. 
In onze eigen familie is er blijkbaar niets bewaard uit die periode en het was mijn nonkel Georges (°1927) ook niet bekend dat er een soldaat uit Bilzen in het gezin Lahaye verbleef. Er waren wel verhalen over soldaten uit Charleroi...
Blijkbaar verbleef soldaat Jan Boelen in de beginperiode van Wereldoorlog 1 (1914-1916) regelmatig in Avekapelle, en had hij op sommige momenten contact met de familie Lahaye, het gezin van mijn grootmoeder Elisa.

Soldaat Jan Boelen met Camiel, Maria en Martha Lahaye (Saffré, 1917)

Avekapelle lag erg kort achter het front. In oktober 1914 komen de eerste Belgische militairen in Avekapelle aan. Jan Boelen (korporaal van het 9de Linieregiment) is volgens zijn dagboek voor het eerst op 18 oktober in het dorp. Zijn laatste vermelding is 8 mei 1916.
In Avekapelle worden soldaten ondergebracht die in de sector Pervijze in de eerste linie hebben gestaan. Maar rustig is het er niet. Avekapelle wordt vanaf het begin van de oorlog zwaar gebombardeerd en er is een groot legerdepot ter hoogte van het station op de lijn naar Diksmuide.
Het 9de Linie had er ook een kampement waar de soldaten in "petit repos" of "kleine rust" konden gaan: enkele dagen recuperatie na een viertal dagen in de loopgraven. Daar heeft hij waarschijnlijk de familie Lahaye leren kennen. Volgens zijn dagboeknotities ging hij er regelmatig op bezoek.
Volgens de informatie van Rik Maurissen hield Jan Boelen zijn dagboekje bij tot in het voorjaar van 1916, de periode waarin hij actief was in de loopgraven. Daarna hield hij op met nota's nemen, maar uit andere documenten weten we dat hij rond die tijd overgeplaatst werd naar het vervoerskorps en ingezet werd als ambulancier.

Het gezin Karel en Sophie Lahaye-Bendel woonde in Avekapelle en had vier kinderen: Martha (°1898), Camiel (°1899), Maria (°1900) en Elisa (°1904).

Elisa, Martha (zittend) en Maria Lahaye (Avekapelle, 1915)

Uit de tekst van de kaartjes en de brieven blijkt dat de relatie tussen de kinderen van het gezin en de jonge soldaat erg vriendschappelijk was. Zij wisselden kaartjes, foto's en brieven uit en hielden zeker tot in 1919 contact. Over de jaren daarna is er geen informatie.

Opvallend is dat ze soldaat Jan regelmatig aanspreken als 'lieve onkel'. Op vraag van vader Karel Lahaye ging 'onkel' Jean zijn jongste dochter Elisa met officiële toelating ophalen in de schoolkolonie in Saint-Ouen. Dat was in januari 1918. De rest van het gezin verbleef dan in Saffré in de buurt van Nantes in Frankrijk (niet ver dus van Bouvron waar de jonge Camille Boucneau met zijn moeder en tante verbleef!). Allicht kon soldaat Jan Boelen, door hem te laten doorgaan als familielid, veel gemakkelijker toelating krijgen om Elisa op te halen in de schoolkolonie. Als militair chauffeur had hij bovendien meer mogelijkheden om zich te verplaatsen dan de burgers en vluchtelingen.

Brief (volmacht) aan 'nonkel' Jan voor het afhalen van Elisa in Saint-Ouen


Interessant is ook een kaartje van Camiel Lahaye van 10 april 1919 (als soldaat) vanuit Buderich in de buurt van Düsseldorf (Duitsland) aan zijn 'beste vriend Jean' die dan in Aken verblijft. Blijkbaar zijn ze na afloop van Wereldoorlog 1 beiden in het bezette Duitsland gekazerneerd. 
Camiel vermeldt ook nog dat zijn ouders diezelfde week vanuit Nantes weer naar Avekapelle zijn vertrokken! Ook Camille Boucneau vertrok begin april 1919 weer naar huis. Allicht werd de terugkeer van Vlaamse oorlogsvluchtelingen vanuit Frankrijk dus vrij strak georganiseerd.
Er is ook een kaartje van 12 april 1919 waarin Martha meldt dat ze goed zijn aangekomen thuis en de brief van Jan goed hebben ontvangen, waardoor ze weten dat hij nog leeft. Blijkbaar hadden ze al een tijd geen post meer van hem ontvangen. Hun huis is blijkbaar ongeschonden uit de oorlog gekomen, 'maar het dorp is een echte verwoesting'.

Elisa Lahaye (waarschijnlijk 1919)
De oudste dochters Martha en Maria gingen na de oorlog snel aan het werk als huisbediende. In mei 1919 werken ze, volgens een kaartje van Elisa aan 'zeer lieve onkel' Jan, dan alle twee in Veurne. Later gingen ze beiden werken bij de adellijke familie de Boesinghe (in Boezinge en in Brussel). Martha (+1960) trouwde met Desiré Errens en ging in Leuven wonen. Maria bleef ongehuwd en stierf in Brussel in 1957. Camiel Lahaye bleef ongehuwd en stierf in Avekapelle in 1963. Elisa Lahaye (+1977) trouwde in 1927 met Camille Boucneau, mijn grootvader.

Jan Boelen werd na de oorlog onderstationschef in het station van Bilzen en overleed in 1955.


(De prachtige foto's van het gezin Lahaye kregen we, samen met een kopie van de andere documenten, van Rik Maurissen, die we hiervoor erg willen bedanken!)



29 september 2017

Marmer uit Rance voor de Brugse elite

Dat het marmer uit Rance gedurende eeuwen erg gewaardeerd werd, dat vertelden we al eerder.
In het tijdschrift Biekorf, jaargang 56, uit 1955, vonden we een interessant artikel van Guillaume Michiels, over marmer uit Henegouwen, vooral uit Rance, dat in de 18de eeuw werd gebruikt in de statige huizen van rijke Brugse burgers (hoge ambtenaren, geestelijken en handelaars).


"Schouwen in Louis XV en in de opkomende stijl ‘à la grecque’ (d.i. Louis XVI) worden bij karrevrachten ingevoerd o.m. uit Rance, de Henegouwse gemeente die beroemd is om haar rood marmer en om het verwerken van de marmersoorten uit de streek van Samber-en-Maas. Uit de verzendingsregisters 1769-1784 van het marmerbedrijf ‘Thomas et Boutée’ te Rance hebben we de volgende gegevens betreffende Brugge samengebracht. De bestellingen voor Brugge en het Vlaanderse werden gegroepeerd en door Henegouwse voerlieden per wagen aangebracht; de volgende ‘voituriers’ komen in de registers voor: ‘Marin de Beaumont; Patat de Rance; Joyeux de Leugny; Petit Mayeur de Solre St. Gery; Pierre Erbecq de Leugny; Jean Grawet de Boussu; Petit Bleu de Leugny; Charlet de Solre St. Gery; Jeanmay.’ Op de kop van onze lijst van Brugse bestemmelingen de beeldhouwer Pieter Pepers (...)." 

De familie Boutée was een van de bekende marmerhandelaars uit die tijd. Jean Joseph Boutée, gestorven te Rance op 7 October 1777 was in 1728 gehuwd met Marie-Thérèse Thomas, zuster van Pierre-Joseph Thomas.P.J. Thomas huwde Marie-Thérèse De Bourge van Beaumont; hun oudste zoon Michel Gabriel Thomas, geboren op 7 September 1753 en gehuwd met Anne Marie Boucneau, zette de uitbating van het marmerbedrijf voort. Tijdens de Franse Omwenteling werd Gabriel Thomas vrederechter van het Kanton Beaumont. In 1807 had hij Rance verlaten en was naar Dijon in Frankrijk gaan wonen.



In het artikel komen heel wat vooraanstaande Brugse families aan bod en wordt verwezen naar nog bestaande gebouwen en kerken!  

Eén van de belangrijke leveringen voor Pieter Pepers is een altaar dat zich oorspronkelijk in de Brugse Sint-Andriesabdij bevond. Die overleefde echter de Franse revolutie niet en het altaar kwam terecht in de Brugse Onze-Lieve-Vrouwekerk. Het gaat om het altaar waarin zich het bekende beeldje van Michelangelo, de Madonna met Kind bevindt!

Een ander interessante vermelding is een zwart marmeren schouw in Lodewijk XVI-stijl in de ambachtskamer van het huis van de kleermakers op de Steenhouwersdijk nummer 3 (nu hotel Die Swaene). Ook deze werd geleverd aan Pieter Pepers.






Bronnen en meer informatie:

10 september 2017

Marcella Boucneau overleden

Op 28 augustus overleed Marcella Boucneau, weduwe van Gery Messelis.
Mijn tante Marcella werd 87 jaar oud. We wensen de familie veel sterkte, vooral dochter Lucrèce die zoveel jaar voor haar zorgde.

Marcella was de dochter van Camiel en Elisa Boucneau-Lahaye. Zij was de zus van mijn nonkel Georges, mijn nonkel Daniël (+) en mijn vader Willy.















 Patrick Boucneau, september 2017.

04 augustus 2017

Gilbert Boucneau uit Veurne overleden.

Op 18 juli 2017 overleed Gilbert Boucneau, echtgenoot van Margareta Decroo.
Gilbert was 82 jaar oud. We wensen de familie veel sterkte, in de eerste plaats zijn echtgenote Margareta en zijn broer Robert en zus Nelly.

Gilbert was de oudste zoon van Georges en Alice Boucneau-Ackerman. Hij was een neef van mijn vader Willy. De familie woont in Veurne.



Patrick Boucneau, augustus 2017.
.

15 mei 2017

Op zoek naar het huis van Adolphe Boucneau in London...
Looking for the house of Adolphe Boucneau in London...

Begin mei 2017 waren we met vrienden een weekendje in Londen. Uiteraard maakten we van de gelegenheid gebruik om even te gaan zoeken naar de woning van Adolphe Joseph Boucneau (1820-1886) en zijn zoon Adolphe Joseph Henry en zijn gezin.

Volgens de volkstelling van 1891 woonden zij in de Warren Street op nummer 48. Deze rustige straat ligt in de (huidige) wijk Fitzrovia in het Londense bestuurlijke gebied Camden, in de regio Groot-Londen. Destijds werd deze wijk Saint Pancras genoemd. De Warren Street ligt dan ook vlak bij het bekende station Saint Pancras. Vlakbij, aan de overzijde van Euston Road, ligt de Holy Trinity Church waar Adolphe Joseph Henry (1844-1899) op 15 september 1847 gedoopt werd.

Ook van enkele mooie facturen kennen we het adres. Meestal wordt Warren Street 48 vermeld, met soms als toevoeging Fritzroy Square, dat is het plein dat vlakbij ligt. Op een bepaald moment heeft zijn bedrijf zelfs de nummers 48 én 49!

Als Adolphe Boucneau op dat moment op deze twee huisnummers actief is, wil dat volgens ons zeggen dat hij in feite woont op de hoek van de Warren Street en de Fritzroy Street. De achterzijde van zijn woning (en atelier?) raakt dan aan de Euston Road, nu een grote, drukke straat door de stad. In sommige documenten (zoals de Academy architecture and annual architectural review uit 1896) wordt inderdaad ook het overeenkomstige adres Euston Road 349 vermeld...We vonden zelfs een prachtige advertentie (met ee nprachtige marmeren schouw!) van 'A. Boucneau & Son' met dit adres in dezelfde publicatie uit het jaar 1897! Hun werkhuis ('works') lag blijkbaar aan de overkant van Euston Road op Diana Place...

Vergelijk deze oude kaart van Londen met hetzelfde  gebied op Google Maps:





De oude woning bestaat jammer genoeg niet meer! Op de plaats waar de woning met nummer 48 stond (de onderstaande foto dateert uit ongeveer 1930 en kregen we van Jim Trewin), staat nu een kantoorgebouw met het nummer 45 (en het beslaat dus de oude nummers 45 tot 49, het volgende nummer op de hoek er tegenover draagt het nummer 50). In de Warren Street staan wel nog  gelijkaardige typische Londense stadswoningen met een benedenverdieping die via een trap voor de woning bereikbaar is...




(English version)

Early May 2017, we had a weekend in London with friends. Of course, we tried to find the old home of Adolphe Joseph Boucneau (1820-1886) and his son Adolphe Joseph Henry and his family.

Adolphe Boucneau lived in Warren Street at number 48 in Fitzrovia in London's Camden administrative area. At that time this district was called Saint Pancras. Warren Street is also near Saint Pancras Station. Nearby is the Holy Trinity Church where Adolphe Joseph Henry (1844-1899) was christened on September 15, 1847.

Also through some beautiful invoices we know the address. Usually Warren Street 48 is mentioned, sometimes adding Fritzroy Square, which is the square nearby. At some point, his company even has the numbers 48 and 49!

Unfortunately, the old house no longer exists. Numbers 45 to 49 now have an office building. In 1897 'A. Boucneau & Son' had a 'Marble Gallerie' on Euston Road 349, wich is
at the back of the house at Warren Street on number 48... 

12 mei 2017

Stamboom Boucneau deed mee aan DNA-onderzoek!


In 2016 werd een oproep gedaan naar families met een goed gedocumenteerde stamboom om deel te nemen aan een onderzoeksproject 'De Gen-iale Stamboom' van Familiekunde Vlaanderen en de KULeuven.

In dit onderzoek was het de bedoeling om via een analyse van DNA van mannelijke familieleden (het mannelijke Y-chromosoom) de juistheid van de verwantschap over de generaties heen en het aandeel buitenechtelijke kinderen na te gaan. De oude veronderstelling was dat dit aandeel doorheen de geschiedenis gemiddeld 10% bedroeg... In de realiteit zou slechts 0,9% bedragen.

Door dit onderzoek zou dus meteen ook duidelijk worden of de mannelijke afstamming in onze familiestamboom klopte. Met andere woorden, of ons opzoekingswerk in de archieven nauwkeurig was uitgevoerd, tenminste als die historische gegevens correct waren.

Concreet vergelijkt men dus het Y-chromosoom van verschillende mannelijke afstammelingen in een stamboom.  Kandidaten moesten - omwille van privacyredenen - in hun stamboom minstens zeven generaties van elkaar verwijderd zijn. Dit kon het geval zijn in rechte lijn, of via een gemeenschappelijke voorouder. Als er op basis van archiefgegevens al twijfel was over echte biologische verwantschap van vader op zoon, werden deze afstammelingen uitgesloten van het onderzoek. Aangezien mijn grootvader Camiel Boucneau een voorhuwelijks kind was, kon ik zelf of mijn zoon Jonas in principe niet deelnemen.

We gingen dus verder op zoek wie er in onze stamboom in aanmerking kwam om aan dit onderzoek mee te werken.
Met ongeveer vijftig Boucneau's in Vlaanderen was dit niet zo eenvoudig. Bovendien lijkt het er op dat het aantal mannelijke afstammelingen in onze stamboom in de minderheid is. De meeste levende familieleden zijn te nauw verwant om deel te nemen. De voorwaarde van de onderlinge afstand beperkte het aantal mogelijke kandidaten tot een stuk of zes.
Na wat zoekwerk bleven dus over: de zonen van Jan of Albert Boucneau; de zonen van Jacques Boucneau en de twee neven van mijn vader, nl. Robert en Gilbert Boucneau, de zonen van Georges Boucneau.

Uiteindelijk deden Geert, Joachim en Robert Boucneau aan het onderzoek mee. Zij kregen vorig jaar een DNA-kit opgestuurd om een staaltje wangslijm terug te sturen voor het onderzoek.
De meest recente gezamenlijke voorvader van de(ze) Vlaamse Boucneau's is Jacobus Anselmus Boucneau. Dat is 6 (voor Robert), 7 (voor Geert) of 8 (voor Joachim) generaties geleden...

Eind november ontvingen ze hun persoonlijke resultaten. Hieruit bleek dat de genetische verwantschap klopt: ze zijn alle drie familie van elkaar via hun vaders! Dat is in elk geval mooi nieuws voor onze stamboom. Ons opzoekingswerk is dus correct! Bovendien zijn onze voorvaders volgens dit onderzoek allemaal brave huisvaders!

Het type Y-chromosoom is voor alle drie gelijk en behoort tot de zogenaamde haplogroep R-Z195. Over die haplogroepen is veel te vertellen, maar het verhaal wordt dan algauw erg wetenschappelijk. Het komt er op neer dat men ook van het mannelijke Y-chromosoom een soort van stamboom kan opstellen. Het wordt in principe onveranderd doorgegeven van generatie op generatie tussen de mannelijke afstammelingen. Maar soms, over honderden en duizenden jaren, ontstaan er door mutaties (wijzigingen) in het DNA toch verschillen. Zo weet men dat 'ons' haplotype vooral veel voorkomt in Spanje en (Zuid-)Frankrijk. Maar je kan niet hieruit niet zomaar besluiten dat onze verste voorvader dus uit die regio afkomstig zou zijn. Dat is te kort door de bocht...



Meer info over dit onderzoek en enkele interessante filmpjes vind je op deze links:

Over de haplogroepen van het Y-chromosoom:
http://isogg.org/tree/ISOGG_HapgrpR.html
https://en.wikipedia.org/wiki/Haplogroup

Over dit onderzoek:
http://familiekunde-vlaanderen.be/projecten/genealogie-en-DNA-onderzoek
https://nl.geneanet.org/actueel/post/2015/12/de-gen-iale-stamboom
https://www.facebook.com/degenialestamboom/
https://www.youtube.com/watch?v=1fPh2V-8ps4
https://www.youtube.com/watch?v=c5Q7RIxsyhQ&t=1s 
https://www.youtube.com/watch?v=iNZxiJJb6pY

17 maart 2017

Camille Boucneau vertrok op 6 april 1919 uit Bouvron, eindelijk naar huis!

De mensen van het archief in Nantes zijn geweldig sympathiek en hebben me enkele documenten uit het archief toegestuurd! Het gaat om twee brieven (geschreven door de groep vluchtelingen zelf) waarin om kleding wordt gevraagd bij de 'sous-prefect' én de eerste pagina van een brief uit 1919 van de burgemeester van Bouvron aan diezelfde 'sous-prefect', om te melden dat de Belgische vluchtelingen naar huis zijn vertrokken.
Die brief van burgemeester is erg interessant. Hij meldt daarin dat de 8 Belgische vluchtelingen op 6 april zijn vertrokken en zegt ook om wie het gaat.Ze waren blijkbaar in Bouvron aangekomen op 18 juli 1917 en verbleven blijkbaar heel die tijd in de meisjesschool van de gemeente. 

Het gaat om de volgende personen:
- Juffrouw Devette Nathalie, geboren op 2 april 1848
- Juffrouw Devette Sophie, geboren op 6 oktober 1852
- Juffrouw Devette Romania, geboren op 14 april 1854
- Juffrouw Devette Eulalie, geboren op 20 april 1859
- Juffrouw Cools Elisa, geboren 8 april 1879
- Mevrouw Vantoortelboom, geboren op 22 september 1858 
- Mevrouw Beuselinck Leonie, geboren  op 17 oktober 1898
- Meneer Boucneau Camille, geboren op 14 maart 1904




    Volgens deze lijst gaat het om vier zussen uit één familie Devette, een zekere Elisa Cools, mijn grootvader Camille Boucneau, zijn grootmoeder Virginie Vantoortelboom-Petit en zijn tante Leonie Beuselinck-Vantoortelboom. Zij kwamen uit Eggewaartskapelle. De ouders van Camille waren blijkbaar niet bij deze groep. Misschien bleven ze tijdens de hele oorlog achter in de Westhoek... 
    De Elisa Cools en de vier zusters Devette zijn afkomstig uit Pervijze. Dat werd ons ook bevestigd door Herman Declerck. De vier zusters Devette liggen blijkbaar begraven op het kerkhof in Pervijze.
    In een van de twee andere brieven is ook sprake van een negende persoon, namelijk ene Zenobie Verhaeghe. Zij werd volgens Herman Declerck geboren op 8 juni 1898 in Steenkerke en was dus 21 jaar oud in 1919.
    Over die twee brieven later meer...



    16 februari 2017

    Camille Boucneau was tijdens de Groote Oorlog in Bouvron bij Nantes!

    Interessant nieuws! Georges Boucneau herinnerde zich naar aanleiding van mijn verhaal over de vlucht van mijn grootouders Camille en Elisa in de eerste wereldoorlog dat Camille 'samen met zijn grootouders in 1917 naar Bouvrons of Bouverons in Bretagne gevlucht was'. Hij zou er bij een boer en een slager gewerkt hebben.

    Na een vraag aan het archief van Nantes (Frankrijk) zijn we nu zeker dat bompa Camille tijdens de eerste wereldoorlog wel degelijk in Bouvron verbleef.
    Bouvron is een dorp in de Loire-Atlantique
    op ongeveer 40 km ten noordwesten van Nantes.

    Camille was er dus naar toe gevlucht in het gezelschap van zijn grootmoeder Virginie Petit (zijn grootvader Benjamin Vantoortelboom overleed in 1912).

    Volgens het antwoord dat ik ontving zitten er in hun archief verschillende documenten die Camille  Boucneau vermelden. Hij komt voor in een telling van vluchtelingen, samen met 7 andere Belgen. Volgens hun info waren zij daar van 18/7/1917 tot 6/4/1919, bijna twee jaar dus. Zij vermelden ook een leuke anekdote van de burgemeester van Bouvron ("Ah, les brave gens") en enkele brieven waarin om kleding wordt gevraagd.

    Ik heb hen heel erg bedankt en gevraagd of het toch niet mogelijk is om ons een kopie (of foto) van deze documenten te bezorgen. Ik was namelijk niet meteen van plan om dit jaar naar Nantes te gaan...


    De brief die we ontvingen van het archief in Nantes (klik voor een groter beeld)

    04 februari 2017

    Een klasfoto uit 1913!

    Onlangs vonden we op de geweldig interessante website van Westhoek Verbeeldt een wat beschadigde klasfoto uit 1913 van de lagere school in Eggewaartskapelle!

    Het is allicht de laatste klasfoto voor het uitbreken van De Groote Oorlog, daarna zou alles anders zijn in de Westhoek...

    We waren erg verrast om in de bijgaande informatie te lezen dat ook mijn grootvader Camiel Boucneau er op stond (tweede rij van onder te beginnen, tweede van links, nummer 14 op de website Westhoek Verbeeldt)! Camiel werd opgevoed bij zijn grootouders Benjamin Vantoortelboom en Virginie Petit die in Eggewaartskapelle woonden (en er een café hadden).
    Vier jaar later, in 1917, zou Camiel samen met zijn grootouders, net als zoveel andere burgers voor het oorlogsgeweld uit de Westhoek vluchten naar Frankrijk...

    Eggewaartskapelle: gemeenteschool Eggewaartskapelle 1913
    (Klasfoto Eggewaartskapelle uit 1913 - Westhoek Verbeeldt)


    (Detail klasfoto: Camiel Boucneau)































    Het is de enige foto die we van Camiel hebben uit zijn jonge jaren. De volgende foto uit zijn jeugdjaren is de familiefoto van het gezin Jules en Elisa Boucneau-Vantoortelboom (Camiel, tweede van links achteraan).



    (Gezin Jules en Elisa Boucneau-Vantoortelboom)

    06 januari 2017

    Een nieuw jaar!

    Mijn beste wensen voor 2017!
    Een nieuw jaar brengt nieuwe verhalen! Ook over onze familie!

    Louis Boucneau geëlektrocuteerd!

    In Brussel waren enkele Boucneau's actief als marmerhandelaar. Zij waren afkomstig uit Rance. Het gaat onder meer om Leon en François Boucneau (1848-1916) en familieleden of kinderen van hen. De volledige stamboom hebben we nog niet kunnen reconstrueren.

    In een Brusselse krant, La Métropole, van 7 februari 1914, vonden we een stukje over 'un ingénieur électrocuté'. Het gaat blijkbaar om een ongeval waarbij Louis Boucneau, jong ingenieur, omkomt door elektrocutie bij het nakijken van een motor in een marmerbedrijf die hij zelf geplaatst had. Het marmerbedrijf wordt niet bij naam genoemd, maar ligt in de Merodestraat in Vorst (Brussel). Waarschijnlijk is het geen bedrijf van de familie Boucneau. Hijzelf woont blijkbaar in de Artiestenstraat op nummer 19 in Laken (Brussel).


    Letterlijk hetzelfde (vertaalde) bericht vonden we terug in Het Morgenblad, een Antwerpse krant uit die tijd.


    In La Dernière Heure van 8 februari vonden we zijn overlijdensbericht.


    Louis Boucneau blijkt 23 jaar oud en is dus waarschijnlijk geboren in 1890 of 1891. Blijkbaar werd hij bijgezet in het familiegraf in Schaarbeek, hetgeen er op wijst dat er reeds andere familieleden van de familie Boucneau in Schaarbeek begraven liggen.

    In de Brusselse Almanach uit 1914, een soort Gouden Gids uit die tijd, vonden we vier Boucneaus terug: ene L. Boucneau, 'employé' in de Rue Gilbert; François Boucneau, 'marbrier-sculpteur', in de Rue de la Victoire (bedrijf in de Rue du Métal); Leon Boucneau, 'négociant en marbres' in de Rue de Brabant (bedrijf in de Rue Herry) en tenslotte deze L(ouis) Boucneau, 'rentier' (rentenier dus, maar misschien had hij op dat moment gewoon geen werk?!), in de Rue des Artistes, op nummer 19!



    *Version Français*

    Louis Boucneau électrocuté! 

    A Bruxelles, les Boucneaus étaient active en tant que commerçant de marbre. Ils venaient de Rance. Parmi eux se trouvaient Léon et François Boucneau (1848-1916) et Louis Boucneau, qui est probablement un fils de François. 

    Dans un journal, La Métropole, daté du 7 février 1914, il y avait un article sur un accident dans lequel Louis Boucneau, jeune ingénieur, a été tué par électrocution. Louis Boucneau a atteint l'âge de 23 ans et est probablement né en 1890 ou 1891. 

    Apparemment, il a été enterré dans le caveau familial de Schaerbeek, indiquant qu'il y avait déjà enterré d'autres membres de la famille Boucneau. 

    Dans l'Almanach de Bruxelles de 1914, quatre Boucneaus étaient mentionnés: L. Boucneau, 'employé', rue Gilbert; François Boucneau, 'marbrier-sculpteur', rue de la Victoire; Léon Boucneau, 'négociant en marbres', rue de Brabant, et L(ouis) Boucneau, 'rentier', rue des Artistes, numéro 19! 


    *English version*

    Louis Boucneau electrocuted!

    In Brussels, the Boucneau family was active as marble traders. They came from Rance. Among them were Leon and François Boucneau (1848-1916) and Louis Boucneau, who is probably a son of François.

    In a newspaper, La Métropole, dated February 7, 1914, there was an article about an accident in which Louis Boucneau, a young engineer, was killed by electrocution.

    Louis Boucneau attained the age of 23 and was probably born in 1890 or 1891. Apparently he was buried in the family vault in Schaerbeek, indicating that there had already been buried other members of the Boucneau family.

    In the Brussels 1914 Almanac, four Boucneaus were mentioned: L. Boucneau, 'employee', rue Gilbert; François Boucneau, 'marble-sculptor', rue de la Victoire; Leon Boucneau, 'marble merchant', rue de Brabant, and L(ouis) Boucneau, 'rentier', rue des Artistes, number 19!



    Bron:
    - Krantenarchief via www.HetArchief.be - https://hetarchief.be/nl/zoeken/boucneau

    18 september 2016

    Mona, dochtertje van Johan en Ariana Boucneau-Barku


    Op 13 september werd Mona geboren! 51 cm en bijna 4 kg! Ze is het dochtertje van Ariana Barku en Johan Boucneau uit Genk. Welkom Mona en een dikke proficiat voor de ouders en de hele familie!

    06 september 2016

    Adolphe Boucneau werkte voor de familie Rothschild
    Adolphe Boucneau worked for the Rothschild Family

    Uit een Engelse thesis (The English Rothschild Family in the Vale of Aylesbury their houses, collections, and collecting activity 1830-1900) blijkt dat Adolphe Boucneau marmer leverde aan de familie Rothschild voor minstens twee kastelen. Het gaat om Mentmore House en Aston Clinton House, beide in Buckinghamshire. Waarschijnlijk werkte hij voor hen van 1856 tot 1862!


















    Mentmore House
    Zowel de inkomsthal als de grote zaal van Mentmore House (ook Mentmore Towers genoemd naar de vier hoekorens) werden luxueus ingericht, speciaal om de kunstverzameling van baron Mayer de Rothschild te etaleren. De hal, gevoerd in Caen Stone (een fijne zandsteen) en geplaveid met Siciliaanse en Belgisch marmer, Rouge Royal, uitgevoerd door Adolphe Boucneau, verwijst naar de Italiaanse Renaissance. De hal was speciaal ontworpen voor de verzameling marmeren beeldhouwwerk die Mayer uit Florence ook via kunsthandelaar Aldolphe Boucneau had verworven!

    Aston Clinton House
    Ook voor dit kasteel leverde Adolphe Boucneau marmerwerk en marmeren schouwmantels.
    De eigenaar, : Sir Anthony de Rothschild, koos duidelijk voor een modieuze Franse achttiende-eeuwse stijl. Adolphe Boucneau was daar duidelijk in gespecialiseerd!

    Lees hier het volledige verhaal op onze website!



    12 april 2016

    Droevig nieuws: Jacques Boucneau overleden

    Het droeve nieuws kwam erg onverwacht. Op 2 april 2016 overleed Jacques Boucneau. Dat bericht kregen we van Joachim Boucneau, zijn zoon.

    We wensen de familie en vooral zijn zonen Joachim en Pieter en hun gezin veel sterkte. Jacques was nog maar 64 jaar en overleed aan een hartaandoening. Veel te jong.

    Het is zeker dankzij Jacques dat deze website en onze goed gedocumenteerde stamboom tot stand is gekomen. Samen met hem en mijn broer Johan deden we het eerste zoekwerk in het archief van Brugge. Uiteraard hadden we samen wel al wat informatie uit het familiearchief, maar dat opzoekwerk in Brugge was zeker de start, nu meer dan 17 jaar geleden...

    Het belangrijkste document dat we toen samen op het spoor kwamen en 'vertaalden' was de akte, de 'staat van goed' opgemaakt na het overlijden van Stephanus Boucneau in 1701. Dat document bevestigde zwart-op-wit de afstamming van Anthoine Boucneau en dus oorsprong van onze familie(naam) uit Nimy bij Mons in Henegouwen.

    Ook al waren we slechts heel verre verwanten en hadden we doorheen de jaren slechts nu en dan contact, ik zal me Jacques steeds blijven herinneren als een aangenaam, wijs en gedreven man! Vanaf nu zullen we bij het werk aan onze stamboom steeds aan hem denken!

    Heel erg bedankt Jacques! 


    Patrick Boucneau
    10 april 2016

    .

    28 augustus 2015

    Waar waren Camille Boucneau en Elisa Lahaye tijdens de Groote Oorlog?

    De kinderen van de Westhoek werden tijdens Wereldoorlog 1 ('de Groote Oorlog') geëvacueerd naarmate de oorlog vorderde en de situatie steeds gevaarlijker werd, vooral naar Frankrijk.
    Mijn grootouders Camille Boucneau en Elisa Lahaye waren beiden 10 jaar oud toen in 1914 de oorlog uitbrak.

    Over hun lot tijdens de Groote Oorlog weten we niet veel. Elisa woonde met haar ouders Karel Lahaye (1867-1941) en Sophie Bendel (1863-1938) in Avekapelle. Camille was een voorhuwelijks kind en werd opgevoed door zijn grootouders Benjamin Vantoortelboom (1851-1912) en Virginia Petit (1858-1930) en woonde dus bijna zeker in Eggewaartskapelle (misschien in Steenkerke).

    Het enige wat we tot nu toe wisten was dat ook zij als kind tijdens de Groote Oorlog beiden in Frankrijk werden ondergebracht. "Grandalles!", dat was een van de plaatsen die we grootvader Camille ooit hadden horen vernoemen...

    Tot nu toe was er over die oorlogskinderen weinig te vinden. Uiteraard veranderde dat met alle herdenkingen rond 1914-1918.

    In het recente boek 'Veurne in de Grote Oorlog' van Jozef Ameeuw vonden we al meer informatie. Kinderen uit Avekapelle en Eggewaartskapelle zouden na bombardementen in 1915 vooral naar Cayeux, St.-Pair, St.-Ariën en Ste.-Marguerite zijn gebracht. Vanaf het voorjaar 1915 werden vanuit de Westhoek kinderen naar zgn. schoolkolonies in Frankrijk gebracht. Onder begeleiding van Vlaamse leerkrachten.

    Onlangs vonden we dan een prachtige nieuwe website volledig gewijd aan het lot van de kinderen tijdens de Groote Oorlog: Exilium. Deze site geeft een prachtig overzicht van alle schoolkolonies met zoveel mogelijk lijsten van kinderen. Jongens en meisjes werden meestal afzonderlijk gehuisvest.

    Na wat zoeken vonden we alvast Elisa Lahaye terug! Ze staat op de lijst met kinderen van de schoolkolonie in Saint-Ouen (gemeente in het Franse departement Seine-Saint-Denis).

    Foto Schoolkolonie St.-Ouen (bron: https://oorlogskantschool.wordpress.com)
    De kolonie in Saint-Ouen werd opgestart op 29 juni 1915. Elisa Lahaye is er samen met nog andere meisjes uit Avekapelle: Albrecht Maria, Devriendt Maria, Hooghe Rachel, Philips Madeleine, Popeye Pharaïlde, Travers Joséphine, Vermote Zénobie, Vrambout Georgine en Germaine. Voor Eggewaartskapelle staat er maar een meisje op de lijst, nl. Valery Torhoudt. Waarschijnlijk maakten ze samen deel uit van het zgn. vierde treinkonvooi dat in juni 1915 vanuit Veurne vertrok... (In juni 1915 werd Avekapelle zwaar gebombardeerd!).

    De kinderen uit deze kolonie vluchten in 1918 wegens bombardementen op Parijs naar Fontenay-aux-Roses.


    Maar waar was Camille? In Grandes Dalles vonden inderdaad heel wat West-Vlaamse jongens een onderkomen. Daar vonden we in de lijst uit Avekapelle: Deburghgrave Léon en Joseph, Thieren Achille en Henri, Baert René, Popeye Maurice en Romain, Morlion Marcel, Vermote Alberic en Demeulenaer Maurice. Niemand echter uit Eggewaartskapelle (of misschien Steenkerke)... We blijven verder zoeken dus... Het zou kunnen (familieherinnering) dat hij niet lang in deze schoolkolonie verbleef, maar in de buurt bij een boerenfamilie werd ondergebracht.

    In de namenlijsten vonden we overigens ook geen enkele andere Boucneau terug... Nochtans woonden er in die periode nog andere familieleden met jonge kinderen in de Westhoek...

    27 augustus 2015

    Nog een Kapucijner pater!

    Zoals je al kon lezen waren de laatste bekende afstammelingen van Maria Magdalena Boucneau in Oostende twee Kapucijner monniken

    Onlangs vonden we tot onze verbazing 
    in diezelfde database (en een boek over de Kapucijners) nog een zoon terug van Maria Magdalena Boucneau! Blijkbaar een zoon uit een eerste huwelijk (in 1721) van haar met Emmanuel Van der stricht! 

    Het gaat om pater Antonius, geboren in Oostende rond 1728 en gestorven in Oudenaarde op 15 mei 1765. Zijn inkleding in de orde vond plaats in Leuven op 28 april 1750. Hij werd priester gewijd in Gent op 22 december 1753 (woonde toen te Dendermonde). Hij was predikant en biechtvader. 

    Het aangepaste verhaal kan je nu lezen op onze (vernieuwde) website.

    21 augustus 2015

    Klok nummer vier!

    Het klokkenverhaal (lees hier het volledige verhaal op onze website) kreeg onlangs nog een vervolg toen de heer Guillaume Vallet uit Lyon (Frankrijk) ons een foto doorstuurde van een wijzerplaat van een oude klok. Duidelijk van de hand van Joannes Matheus Boucneau!

    Ook deze klok is 'fecit in Ghyverinckhove', gemaakt in Gijverinkhove dus. En ook nu weer een beetje slordig (kijk naar de 've' van Ghyverinckhove!) en met de omgekeerde letters 'N'! De versiering bij de cijfers lijkt sterk op die bij de andere drie klokken.

    Volgens de persoon die ons deze foto bezorgde is er echter een en ander aan de hand met deze wijzerplaat. Hij denkt dat de wijzerplaat misschien nooit deel heeft uitgemaakt van een klok. Volgens hem ontbreken de nodige gaten om de klok te kunnen opwinden. Zou het dus enkel een probeersel geweest zijn?

    Een ander opvallend kenmerk zijn de twee bijkomende wijzerplaatjes (hulpwijzerplaatjes). Het ene geeft de weekdagen aan in het Nederlands (met een omgekeerd 'S' voor 'zaterdag'!). Het andere hulpwijzerplaatje geeft de dagen van de maanD, dachten we... We vonden het al eigenaardig dat dit maar 29 dagen telde... 
    Het bleken MAANdagen te zijn!

    We konden opnieuw een beroep doen op de sympathieke hulp en expertise van Eddy Fraiture. Hij stuurde ons onderstaand erg interessante antwoord!

    ---

    Hallo,

    Vriendelijk dank voor de foto van de wijzerplaat. Ik heb ze eens grondig bekeken en er is hier heel wat merkwaardigs aan.

    Vooreerst, dit is zeker een wijzerplaat van een staande klok. Hier zijn dus niet noodzakelijk opwindgaten in, men kan de gewichten gemakkelijk en evengoed met de hand optrekken. 

    Ik kan me niet voorstellen dat dit een probeersel is. Materiaal was duur in die tijd (zeker messing en tin) en men maakte een staande klok enkel op bestelling. Men moest alle raderen, rondsels en assen zelf maken. Dat probeert men niet even...
    Dus ik denk dat dit een gebruikte wijzerplaat is uit een staande klok.

    De wijzerplaat lijkt mij authentiek en er schijnt niets aan toegevoegd of weggelaten (natuurlijk uurwerk en wijzers wel). 

    Alweer is het geheel wat slordig (zeker het adresplaatje waar duidelijk te weinig plaats was om ‘Ghyverinchove’ op een lijn te zetten, maar ook ‘Joannes’ en ‘Boucneau’ zitten wat te dicht bij elkaar terwijl er boven met ‘Fecit in’ genoeg plaats was. 
    Dezelfde slordigheid zien we bij het bevestigen van de twee hulpwijzerplaatjes: de gaten zijn niet symmetrisch geboord en de hechtingen zijn als gevolg ook niet identiek bevestigd. Voor de werking maakt dit echter geen verschil.

    Over die twee wijzerplaatjes is meer te zeggen. Zeldzaam (eigenlijk nooit) worden die naast elkaar en bovenaan geplaatst.
    Rechts zien we de afkortingen van de dagen van de week in het Nederlands, maar de linkerwijzerplaat zijn niet de dagen van de maand maar de maandagen. Een maanomgang (in horlogerie noemt men dat de maanfasen) duurt 29 dagen ¾. Dat is hier het geval. (Later werd dat ook aangeduid met de maan met ‘menselijk aangezicht’ te tonen). Waarom deze complicatie? Als men ’s nachts of ’s avonds reisde kon men tijdens volle maan wat zien. De mensen konden dus berekenen wanneer de tijd gunstig was om ’s nachts te reizen…..
    Linksonder de linker wijzerplaat zie je een soort ‘knop’. Het was een steun van een as voor het mechanisme van de maanfasen.
    Het zou heel erg interessant zijn het uurwerk zelf te zien want deze opstelling zag ik in een ‘gewone’ Vlaamse staande klok nog nooit.

    Dit is een uiterst zeldzame wijzerplaat. Misschien was Joannes wat slordig, maar van klokkenmaken wist hij wel wat af.

    Met vriendelijke groeten,

    Eddy Fraiture
    Uurwerkhistoricus

    ---

    Het verhaal van de MAANdagen is erg interessant. We kunnen ons vandaag immers moeilijk een samenleving voorstellen zonder straatverlichting

    Meer en meer blijkt Joannes Boucneau een degelijk klokkenmaker te zijn die ook complexe klokken kon maken. Zijn afwerking was wat slordig, maar misschien was hij niet erg geletterd ... of zouden wij nu zeggen dat hij leed aan dyslexie?

    In elk geval: dit is dus klok/wijzerplaat nummer 4! Hopelijk volgen er nog!


    25 juni 2015

    Een schilderijtje van Cockington door Victor Boucneau
    Painting of Cockington by Victor Boucneau

    Jim Trewin vond onlangs op Ebay een mooi schilderwerkje (aquarel) met een zicht op enkele oude huizen in het Engelse dorp Cockington. Tot zijn grote verbazing was het van de hand van Victor Boucneau!

    Victor Boucneau (foto's) is een van die Engelse Boucneau's, afstammelingen van een marmerhandelaar uit Rance. Victor was tijdens zijn actieve carrière marmerhandelaar en beeldhouwer in Londen. Hij verhuisde later (waarschijnlijk al voor 1911) naar Paignton in Devon. Meer verhalen over hem kan je lezen op onze website.

    Het schilderijtje is wel erg leuk. Het werd blijkbaar geschilderd in 1913. Victor was dan 57 jaar. Het is een zicht op enkele typische huizen in het centrum van het dorpje Cockington dat blijkbaar erg bekend is.

    Het schilderijtje geeft perfect weer wat er ook op oude postkaarten te zien is en ook vandaag bestaan deze typische huisjes blijkbaar nog.

    Cockington ligt tussen  Paignton en Torquay. Vlak in de buurt dus van waar Victor woonde tot aan zijn dood in 1934.


    (English version)

    Recently, Jim Trewin found on Ebay a beautiful watercolour painting showing a view on some old houses in the English village of Cockington. To his surprise it was painted by Victor Boucneau!

    Victor Boucneau (pictures) is one of those English Boucneau, descendants of a marble merchant Rance. During his active carreer, Victor was marble trader and sculptor in London. Later on he moved (probably before 1911) to Paignton in Devon. More stories about him you can find on our website.

    The painting is very nice. It was painted in 1913. Victor was then 57 years. It is a sighting of some typical houses in the center of the village of Cockington which is a very well known old village near Torquay.

    The painting resembles almost perfect at old postcards and even today these typical houses apparently still exist .

    Cockington is between Paignton and Torquay. Close to where Victor lived until his death in 1934.









































    Meer info:
    https://en.wikipedia.org/wiki/Cockington
    http://www.torquay.com/attractions/cockington-village-nr-torquay
    https://www.countryside-trust.org.uk/cockington/things-to-do/cockington-village
    http://www.torbay.gov.uk/caringforcockington.pdf


    19 juni 2015

    Cornelius Johannes Boucneau stierf in Godshuis Clep

    Mijn 'oud-ouder' (de grootvader van mijn overgrootvader) is Cornelius Johannes Boucneau, geboren in in 1797 in Leisele. In de overlijdensakte van Cornelius kan je lezen dat hij in 1886 stierf in Hoogstade in het Godshuis Clep. Na wat zoeken vonden we dat dit de naam is van het voormalige rusthuis van Hoogstade (Alveringem). Ene Joseph Clep was de 'weldoener' die betaalde voor de oprichting ervan en die graag zijn naam gaf aan dit 'Burgerlijk Godshuis'.

    Het is enigszins verwonderlijk dat ook al in die tijd op het platte land rusthuizen bestonden voor 'ouden van dagen' en nog meer dat één van mijn voorouders er in het jaar 1885 werd opgenomen. Cornelius was op dat ogenblik dan ook écht oud: 88 jaar. De gemiddelde levensverwachting in 1885 was immers nog geen 45 jaar  (een interessante grafiek hierover vonden we op de website van de federale overheid)!

    Op het moment dat hij in het rusthuis terecht komt, heeft Cornelius nog een ongetrouwde dochter Norbertine en woont hij waarschijnlijk (samen mét zijn ongetrouwde dochter) bij zijn zoon Franciscus Boucneau in Sint-Rijkers. Franciscus is op het ogenblik dat zijn vader naar het rusthuis gaat 49 jaar. Cornelius overlijdt er anderhalf jaar later op 22 december 1886.
    Dankzij de heer Steve Lansens, OCMW-secretaris van Alveringem, beschikken we nu over de prachtige bewijsstukken van het verblijf van Cornelius in het Godshuis Clep.

    oud register van het rusthuis Clep, Cornelius is nummer 87.
    (klik op de afbeelding voor een leesbaar formaat)

    De geschiedenis van het rusthuis en van zijn oprichter Winoc Joseph Placide Clep kan je lezen op de website van het OCMW van de gemeente Alveringem. Godshuis Clep werd gebouwd van 1873 tot 1876. Joseph Clep bepaalde in zijn schenkingsakte zelf hoe het gebouw er moet uitzien: "Al de gebouwen zeer ruim, de verdiepen verheven, bevattende allen wenselijke gerieflijkheden, voor een wel en luchtig gesticht, altijd goed onderhouden met de grootste netheid. Al de gebouwen een fraaien samenhang uitmakend en geplaatst op een wat verheven grond, opdat de kelderingen altijd van water zouden bevrijd wezen." 

    Joseph Clep was dan ook niet de eerste de beste. Hij werd geboren te Herzele (Wormhout) in Noord-Frankrijk in 1785. Tijdens de Franse periode, in 1804, is procureur hij bij het tribunaal van eerste aanleg te Veurne en heeft zijn buitenverblijf in Alveringem. Vervolgens werd hij, na de Belgische onafhankelijkheid, achtereenvolgens notarisklerk, advocaat en notaris in Alveringem en Veurne. Hij werd ook nog  provincieraadslid, lid van de Bestendige Deputatie en Belgisch volksvertegenwoordiger. Hij stierf in 1871.

    Het rusthuis werd vanaf 1876 beheerd door de Zusters van liefde van Kortemark tot in 1963. Daarna werd het gemoderniseerd en uitgebaat door het OCMW. Tijdens Wereldoorlog 1 was het een soldatenhospitaal. In oktober 2013 sloot het definitief zijn deuren en verhuisden de bewoners naar een nieuw woonzorgcentrum 't Hoge in Alveringem. Momenteel staat het oude rusthuis Clep te koop.

    Info: 
    - http://www.alveringem.be/sociaal-huis/wzc-t-hoge/historiek-rustoord-clep


    Nog steeds op zoek naar Carla Boucneau...

    Carla Boucneau blijft een raadsel. Was ze Belgische of was ze een Française? We weten het nog steeds niet.

    Tijdens Wereldoorlog II woonde ze blijkbaar in Duitsland. Hierover lees je meer op onze website. Het is een speciaal verhaal waarin ze vernoemd wordt... Maar voorlopig loopt dit spoor dood.

    Een tijdje geleden vonden we op Google een verwijzing naar diezelfde Carla Boucneau in een boek over een Duits schilder, Wollheim. Blijkbaar zou deze haar geschilderd hebben. Het schilderij heeft als titel 'Früchte' met de vermelding dat het in 1928 geschilderd werd en bovendien staat er 'Porträt Carla Boucneau, geb. Berger'. Haar echte familienaam is dus blijkbaar Berger! We stuurden een mailtje naar een van de auteurs van dit boek, maar kregen jammer genoeg geen reactie. 

    Gert Heinrich Wollheim viel als Duits schilder niet in de smaak van de nazi's. Reeds in 1933 vluchtte hij naar Parijs. Tijdens de oorlog zat hij gevangen in Franse kampen. In 1947 emigreerde hij naar de VS. Misschien is zijn politieke achtergrond wel de link met Carla Boucneau-Berger. 

    Onlangs vonden we op de Duitse veilingsite Lempertz tot onze verbazing het schilderij terug. Het werd in mei 2014 geveild voor 5490 euro! Op de website staat ook de afbeelding van het bewuste schilderij 'Früchte', met Carla Berger (Boucneau)!

    Jammer genoeg weten we nog steeds niet wie deze Carla Boucneau-Berger in feite is en met welke Boucneau ze dan wel gehuwd was... 

    Carla Boucneau blijft dus nog steeds een raadsel, maar we hebben nu wel een mooi beeld van haar!

    Meer info:
    - https://de.wikipedia.org/wiki/Gert_Heinrich_Wollheim
    https://en.wikipedia.org/wiki/Gert_Heinrich_Wollheim
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Unie_van_Internationale_Progressieve_Kunstenaars




    02 januari 2015

    Marmer van François Boucneau voor Huis José Ciamberlani in Elsene

    Onlangs vond ik op de website van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis nog een mooie illustratie van het belang van de marmerindustrie van de familie Boucneau uit Rance en meer bepaald van François Boucneau die in Brussel als marmerhandelaar actief was.

    In de archieven van het Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bevindt zich blijkbaar een offerte van François Boucneau van april 1901 voor de levering van marmer voor het zgn. 'Huis José Ciamberlani' in Elsene (Brussel).

    bron: KMKG
    bron: KMKG
    Het is een bekend geklasseerd gebouw van architect Paul Hankar uit 1900, dat gelegen is in de Paul Emile Jansonstraat 23-25. Het werd gebouwd in opdracht van José Ciamberlani, broer van schilder Albert Ciamberlani, van wie het huis ook beschermd is en een gemeenschappelijke tuin heeft met dat van zijn broer.

    Allicht had François Boucneau erg goede relaties met heel wat vooraanstaande architecten die in Brussel in die periode actief waren en leverde hij marmerproducten van erg hoge kwaliteit.

    Zo wisten we al dat hij marmer leverde voor de woning Hotel Solvay van architect Horta!





    (version français)

    Récemment, j'ai trouvé sur le site des Musées royaux d'Art et d'Histoire une belle illustration de l'importance de l'industrie du marbre de la famille Boucneau de Rance et en particulier de François Boucneau qui a été actif à Bruxelles en tant que commerçant de marbre.

    Dans les archives des Musées royaux d'Art et d'Histoire est apparemment un devis de François Boucneau d'Avril 1901 la fourniture de marbre pour l'Hôtel José Ciamberlani à Ixelles (Bruxelles).
    C'est un bâtiment bien connu, de style Art nouveau, conçu par l'architecte Paul Hankar en 1900, situé dans le  rue Paul Emile Janson 23-25. Il a été construit pour José Ciamberlani, frère du peintre Albert Ciamberlani, dont la maison est protégée aussi et dispose d'un jardin commun avec celle de son frère.

    François Boucneau avait probablement de très bonnes relations avec de nombreux architectes principaux qui étaient actifs à ce moment à Bruxelles et il n'a donné de produits en marbre de très haute qualité.
    Nous savions déjà qu'il fourni aussi le marbre pour la maison Hôtel Solvay de l'architecte Horta!

    Bronnen:
    http://www.irismonument.be/nl.Elsene.Paul_Emile_Jansonstraat.23.html
    http://www.irismonument.be/nl.Elsene.Defacqzstraat.48.html






    07 augustus 2013

    Een klok geschonken door Jean Jacques Boucneau uit Rance!

    In het klokkenmuseum van Tellin (provincie Luxemburg) vond Jacques Lamoret, ondervoorzitter van het marmermuseum in Rance, onlangs een klok die werd gegoten in opdracht van Jean Jacques Boucneau en zijn echtgenote Anne Marie Lemaire.

    Jean Jacques Boucneau (°15 maart 1714) was een van de belangrijke producenten en handelaars van het bekende rode marmer uit Rance. Zijn eerste echtgenote, Marie Durieux, stierf in 1740. Anne Marie Lemaire was zijn tweede echtgenote. Volgens de informatie van Jacques Lamoret werd een van zijn zonen priester (in Olloy-sr-Viroin), een dochter, Catherine, trad in het klooster als 'soeur Victoire' bij de sepulchrijnen (de orde van het Heilig Graf) in Charleville. Een erg religieuse familie dus...
    Jean Jacques werd ook burgemeester in Rance. De periode is ons momenteel nog onbekend. 

    Op de klok staat de opdracht genoteerd en de naam van de klokkegieter: "Jean Jacques Boucneau et Anne Marie Lemaire son épouse  y appelle la jeunesse et la manufacture de marbre à Rance  1768 (1769?). Fait à Lille par Urbain"

    De klok werd dus gegoten in opdracht van Jean Jacques en zijn echtgenote. Blijkbaar kreeg ze een naam mee 'la jeunesse et la manufacture de marbre à Rance'. Vrij vertaald: ter ere van de jeugd en de marmerindustie van Rance.

    Lille (Rijsel) was in die tijd een stad met veel klokkegieters. Urbain is blijkbaar eerder onbekend als producent van klokken... (zie website Tchorski).

    Zou het kunnen dat de klok voor de kerk van Rance bestemd was in de periode dat Jean Jacques burgemeester was? Het is niet ongewoon dat notabelen meter of peter (en sponsor!) van een nieuwe kerkklok waren...

    Meer info: 
    Website Tchorski, pagina over klokkemuseum Tellin
    Vlaamse Beiaardvereniging

    Een familie van marberbewerkers uit Rance

    Enkele maanden geleden publiceerde de Société d'Histoire Régional de Rance (nauw verbonden met het marmermuseum in Rance)  in haar tijdschrift een uitgebreid artikel over de familie Boucneau uit Rance.

    Zoals we weten waren deze Boucneau's (voor zover we tot nu toe konden nagaan, geen rechtstreekse familie van de Vlaamse Boucneau's) van generatie op generatie marmerbewerkers. De bijdrage werd geschreven door Jacques Lamoret, directeur van het marmermuseum in Rance. Het artikel geeft een mooi overzicht van het belang de de familie Boucneau in Rance en omgeving, vooral in de 18de en 19de eeuw.

    In het artikel lazen we heel wat nieuwe interessante feiten en wetenswaardigheden over de Boucneau's, hun rol en activiteiten.

    Gebaseerd op de informatie van onze opzoekingen en onze website vertelt het artikel ook over de afstammelingen in Engeland en Amerika van Adolphe Boucneau, geboren in Rance.


    11 februari 2013

    Parochieregisters on-line en meteen een eigenaardige vondst!

    Sinds kort staan er heel wat parochieregisters en registers van de burgerlijke stand online op de website van het Belgische Rijksarchief. Mooi is dat al deze registers opnieuw werden ingescand en de kwaliteit dus enorm veel beter is dan de microfilms die je tot nu toe kon (kan) bekijken in het Rijksarchief.

    We gingen meteen op zoek naar onze belangrijkste feiten en kwamen daarbij tot een eigenaardige vaststelling. De scan van de acte uit het parochieregister van het eerste huwelijk van Stephanus Boucneau in Avekapelle (onze oudste Vlaamse voorouder) zag er anders uit dan de kopie die we destijds maakten van het beeld op de microfilm. Vergelijk de beide afbeeldingen!

    De nieuwe scan:


    De oude scan (die ook al op onze website stond):



    De tekst is (ongeveer) dezelfde, maar het gaat duidelijk om een ander document en een ander handschrift zelfs! Zou het kunnen dat er een kopie van dit parochieregister bestaat en dat we de ene keer het origineel hebben geraadpleegd en de andere keer de kopie? Voorlopig zou ik geen andere verklaring kunnen geven...

    Met de hulp van mede-genealogen van de Yahoo-group 'West-Vlaanderen' werd ook duidelijk dat we oorspronkelijk de datum fout hebben 'vertaald'. In het 'oude' stuk staat 'duadecima' of 12. In het nieuwe staat er dus niet '17', maar '12' februari. Allicht hebben we de oorspronkelijke datum uit een 'tafel' waarin een overzicht van de huwelijken stond opgesomd...

    08 april 2012

    Ernest Boucneau in de Amerikaanse volkstelling van 1940
    Ernest Boucneau in the 1940 census!

    Sinds enkele weken kan je on-line de Amerikaanse volkstelling van 1940 raadplegen. Er zijn wel nog geen indexen gemaakt. Je moet dus op basis van wat eigen informatie op zoek. Uit het overlijdensbezicht van Ernest in Canon City wisten we waar ze woonden en zo konden we het gezin vrij snel terug vinden in de volkstelling. Hun beide kinderen Robert en Dora wonen blijkbaar al niet meer thuis. Dora is op dat moment al getrouwd en Robert is waarschijnlijk soldaat. Als beroep staat voor Ernest vermeld: 'Chemist, Zink Mill'. (Klik op de afbeelding voor een leesbaar document).

















    For some weeks, your can consult the U.S. Census of 1940 on-line. There are still no indexes made​​. So you need to use your own information when seeking. So we easily found Ernest Boucneau and his wife in the census. Their two children Robert and Dora apparently no longer live at home. Dora is married at that moment and Robert is probably soldier.

    15 maart 2012

    Het overlijden van Ernest Boucneau in Canon City -
    The dead of Ernest Boucneau in Canon City

    A few weeks ago we went looking for more information about the family Boucneau in Canon City. From the U.S. census, we know that Ernest Boucneau and his wife Violet lived in Canon City in 1920. We found Becky Jamison who is a trainer at the Canon City Family History Center. She went looking and found very interesting information. Finally we know now when Ernest died: April 7, 1944! Becky sent us a photo of the grave of Ernest and Violet! Fantastic! She promised to sent us more!


    Een aantal weken geleden gingen we op zoek naar meer informatie over de familie Boucneau in Canon City. Uit de Amerikaanse volkstelling weten we dat Ernest Boucneau en zijn vrouw Violet daar woonden in 1920. We kwamen terecht bij Becky Jamison. Ze ging voor ons op zoek en vond heel interessante informatie. Eindelijk weten we nu wanneer Ernest overleed: 7 april 1944! Becky stuurde ons ook een foto van het graf van Ernest en Violet! Fantastisch!





    Dit is zijn overlijdensbericht in de lokale krant: *************************************************************************************************

    E. V. Boucneau, Empire Zinc Chemist, Dies

    Ernest V. Boucneau, 56, for 29 years chemist and assayer of the Canon City plant of the Empire Zinc company, died at a local hospital at 7 o'clock Friday evening three weeks after being taken sick with heart and kidney trouble.
    He entered the hospital at that time, appeared to gain strength for a few days only to become more seriously ill. Little hope had been held for his recovery since the first of the week.
    Mr. Boucneau was the second official of the zinc company to die here this week. Wednesday evening his superior Raymond L. Jones, superintendent, died following an emergency operation.
    A native of London, England, where he was born on February 3, 1888, he had lived on the North American continent from the time he was 12 years of age. He first resided in Mexico, where his father was in business, and then later moved to El Paso, Texas, in 1910.
    He attended Texas School of Mines and New Mexico School of Mines, majoring in chemical engineering.
    Upon his graduation, Mr. Boucneau joined the Chino Copper company as chemist for the Santa Rita, N. M. plant and mine. It was there that he met Mrs. Boucneau, a nurse with the company. They were married in 1913.
    The Boucneaus two years later moved to Canon City, Mr. Boucneau joining the laboratory staff of the Empire Zinc company here. In the succeeding 29 years he had been assayer and chemist, much of that time chief of the department.
    He was a devout member of Christ Episcopal church and had served on the vestry for several terms. He had served as church treasurer for the past eight years. Mr. Boucneau was also a member of the Canon City Elks lodge.
    Surviving are his wife, Mrs. Violet Boucneau; a daughter, Mrs. Dora b. Brown of Canon City; a son, Pfc. Robert Boucneau, probably stationed in England; a sister living in England and two grandsons, Robbie and Jackie Brown of Canon City.
    The family home for many years had been at 507 Hazel Avenue.
    Funeral services will be held at Christ Church at 10 o'clock Monday morning with the Rev. Robert M. Redenbaugh, rector, officiating. Interment will be made in Lakeside cemetery by the Holt mortuary.

    *************************************************************************************************
    Canon City Daily Record, Saturday, April 8, 1944