28 augustus 2015

Waar waren Camille Boucneau en Elisa Lahaye tijdens de Groote Oorlog?

De kinderen van de Westhoek werden tijdens Wereldoorlog 1 ('de Groote Oorlog') geëvacueerd naarmate de oorlog vorderde en de situatie steeds gevaarlijker werd, vooral naar Frankrijk.
Mijn grootouders Camille Boucneau en Elisa Lahaye waren beiden 10 jaar oud toen in 1914 de oorlog uitbrak.

Over hun lot tijdens de Groote Oorlog weten we niet veel. Elisa woonde met haar ouders Karel Lahaye (1867-1941) en Sophie Bendel (1863-1938) in Avekapelle. Camille was een voorhuwelijks kind en werd opgevoed door zijn grootouders Benjamin Vantoortelboom (1851-1912) en Virginia Petit (1858-1930) en woonde dus bijna zeker in Eggewaartskapelle (misschien in Steenkerke).

Het enige wat we tot nu toe wisten was dat ook zij als kind tijdens de Groote Oorlog beiden in Frankrijk werden ondergebracht. "Grandalles!", dat was een van de plaatsen die we grootvader Camille ooit hadden horen vernoemen...

Tot nu toe was er over die oorlogskinderen weinig te vinden. Uiteraard veranderde dat met alle herdenkingen rond 1914-1918.

In het recente boek 'Veurne in de Grote Oorlog' van Jozef Ameeuw vonden we al meer informatie. Kinderen uit Avekapelle en Eggewaartskapelle zouden na bombardementen in 1915 vooral naar Cayeux, St.-Pair, St.-Ariën en Ste.-Marguerite zijn gebracht. Vanaf het voorjaar 1915 werden vanuit de Westhoek kinderen naar zgn. schoolkolonies in Frankrijk gebracht. Onder begeleiding van Vlaamse leerkrachten.

Onlangs vonden we dan een prachtige nieuwe website volledig gewijd aan het lot van de kinderen tijdens de Groote Oorlog: Exilium. Deze site geeft een prachtig overzicht van alle schoolkolonies met zoveel mogelijk lijsten van kinderen. Jongens en meisjes werden meestal afzonderlijk gehuisvest.

Na wat zoeken vonden we alvast Elisa Lahaye terug! Ze staat op de lijst met kinderen van de schoolkolonie in Saint-Ouen (gemeente in het Franse departement Seine-Saint-Denis).

Foto Schoolkolonie St.-Ouen (bron: https://oorlogskantschool.wordpress.com)
De kolonie in Saint-Ouen werd opgestart op 29 juni 1915. Elisa Lahaye is er samen met nog andere meisjes uit Avekapelle: Albrecht Maria, Devriendt Maria, Hooghe Rachel, Philips Madeleine, Popeye Pharaïlde, Travers Joséphine, Vermote Zénobie, Vrambout Georgine en Germaine. Voor Eggewaartskapelle staat er maar een meisje op de lijst, nl. Valery Torhoudt. Waarschijnlijk maakten ze samen deel uit van het zgn. vierde treinkonvooi dat in juni 1915 vanuit Veurne vertrok... (In juni 1915 werd Avekapelle zwaar gebombardeerd!).

De kinderen uit deze kolonie vluchten in 1918 wegens bombardementen op Parijs naar Fontenay-aux-Roses.


Maar waar was Camille? In Grandes Dalles vonden inderdaad heel wat West-Vlaamse jongens een onderkomen. Daar vonden we in de lijst uit Avekapelle: Deburghgrave Léon en Joseph, Thieren Achille en Henri, Baert René, Popeye Maurice en Romain, Morlion Marcel, Vermote Alberic en Demeulenaer Maurice. Niemand echter uit Eggewaartskapelle (of misschien Steenkerke)... We blijven verder zoeken dus... Het zou kunnen (familieherinnering) dat hij niet lang in deze schoolkolonie verbleef, maar in de buurt bij een boerenfamilie werd ondergebracht.

In de namenlijsten vonden we overigens ook geen enkele andere Boucneau terug... Nochtans woonden er in die periode nog andere familieleden met jonge kinderen in de Westhoek...

27 augustus 2015

Nog een Kapucijner pater!

Zoals je al kon lezen waren de laatste bekende afstammelingen van Maria Magdalena Boucneau in Oostende twee Kapucijner monniken

Onlangs vonden we tot onze verbazing 
in diezelfde database (en een boek over de Kapucijners) nog een zoon terug van Maria Magdalena Boucneau! Blijkbaar een zoon uit een eerste huwelijk (in 1721) van haar met Emmanuel Van der stricht! 

Het gaat om pater Antonius, geboren in Oostende rond 1728 en gestorven in Oudenaarde op 15 mei 1765. Zijn inkleding in de orde vond plaats in Leuven op 28 april 1750. Hij werd priester gewijd in Gent op 22 december 1753 (woonde toen te Dendermonde). Hij was predikant en biechtvader. 

Het aangepaste verhaal kan je nu lezen op onze (vernieuwde) website.

21 augustus 2015

Klok nummer vier!

Het klokkenverhaal (lees hier het volledige verhaal op onze website) kreeg onlangs nog een vervolg toen de heer Guillaume Vallet uit Lyon (Frankrijk) ons een foto doorstuurde van een wijzerplaat van een oude klok. Duidelijk van de hand van Joannes Matheus Boucneau!

Ook deze klok is 'fecit in Ghyverinckhove', gemaakt in Gijverinkhove dus. En ook nu weer een beetje slordig (kijk naar de 've' van Ghyverinckhove!) en met de omgekeerde letters 'N'! De versiering bij de cijfers lijkt sterk op die bij de andere drie klokken.

Volgens de persoon die ons deze foto bezorgde is er echter een en ander aan de hand met deze wijzerplaat. Hij denkt dat de wijzerplaat misschien nooit deel heeft uitgemaakt van een klok. Volgens hem ontbreken de nodige gaten om de klok te kunnen opwinden. Zou het dus enkel een probeersel geweest zijn?

Een ander opvallend kenmerk zijn de twee bijkomende wijzerplaatjes (hulpwijzerplaatjes). Het ene geeft de weekdagen aan in het Nederlands (met een omgekeerd 'S' voor 'zaterdag'!). Het andere hulpwijzerplaatje geeft de dagen van de maanD, dachten we... We vonden het al eigenaardig dat dit maar 29 dagen telde... 
Het bleken MAANdagen te zijn!

We konden opnieuw een beroep doen op de sympathieke hulp en expertise van Eddy Fraiture. Hij stuurde ons onderstaand erg interessante antwoord!

---

Hallo,

Vriendelijk dank voor de foto van de wijzerplaat. Ik heb ze eens grondig bekeken en er is hier heel wat merkwaardigs aan.

Vooreerst, dit is zeker een wijzerplaat van een staande klok. Hier zijn dus niet noodzakelijk opwindgaten in, men kan de gewichten gemakkelijk en evengoed met de hand optrekken. 

Ik kan me niet voorstellen dat dit een probeersel is. Materiaal was duur in die tijd (zeker messing en tin) en men maakte een staande klok enkel op bestelling. Men moest alle raderen, rondsels en assen zelf maken. Dat probeert men niet even...
Dus ik denk dat dit een gebruikte wijzerplaat is uit een staande klok.

De wijzerplaat lijkt mij authentiek en er schijnt niets aan toegevoegd of weggelaten (natuurlijk uurwerk en wijzers wel). 

Alweer is het geheel wat slordig (zeker het adresplaatje waar duidelijk te weinig plaats was om ‘Ghyverinchove’ op een lijn te zetten, maar ook ‘Joannes’ en ‘Boucneau’ zitten wat te dicht bij elkaar terwijl er boven met ‘Fecit in’ genoeg plaats was. 
Dezelfde slordigheid zien we bij het bevestigen van de twee hulpwijzerplaatjes: de gaten zijn niet symmetrisch geboord en de hechtingen zijn als gevolg ook niet identiek bevestigd. Voor de werking maakt dit echter geen verschil.

Over die twee wijzerplaatjes is meer te zeggen. Zeldzaam (eigenlijk nooit) worden die naast elkaar en bovenaan geplaatst.
Rechts zien we de afkortingen van de dagen van de week in het Nederlands, maar de linkerwijzerplaat zijn niet de dagen van de maand maar de maandagen. Een maanomgang (in horlogerie noemt men dat de maanfasen) duurt 29 dagen ¾. Dat is hier het geval. (Later werd dat ook aangeduid met de maan met ‘menselijk aangezicht’ te tonen). Waarom deze complicatie? Als men ’s nachts of ’s avonds reisde kon men tijdens volle maan wat zien. De mensen konden dus berekenen wanneer de tijd gunstig was om ’s nachts te reizen…..
Linksonder de linker wijzerplaat zie je een soort ‘knop’. Het was een steun van een as voor het mechanisme van de maanfasen.
Het zou heel erg interessant zijn het uurwerk zelf te zien want deze opstelling zag ik in een ‘gewone’ Vlaamse staande klok nog nooit.

Dit is een uiterst zeldzame wijzerplaat. Misschien was Joannes wat slordig, maar van klokkenmaken wist hij wel wat af.

Met vriendelijke groeten,

Eddy Fraiture
Uurwerkhistoricus

---

Het verhaal van de MAANdagen is erg interessant. We kunnen ons vandaag immers moeilijk een samenleving voorstellen zonder straatverlichting

Meer en meer blijkt Joannes Boucneau een degelijk klokkenmaker te zijn die ook complexe klokken kon maken. Zijn afwerking was wat slordig, maar misschien was hij niet erg geletterd ... of zouden wij nu zeggen dat hij leed aan dyslexie?

In elk geval: dit is dus klok/wijzerplaat nummer 4! Hopelijk volgen er nog!


25 juni 2015

Een schilderijtje van Cockington door Victor Boucneau
Painting of Cockington by Victor Boucneau

Jim Trewin vond onlangs op Ebay een mooi schilderwerkje (aquarel) met een zicht op enkele oude huizen in het Engelse dorp Cockington. Tot zijn grote verbazing was het van de hand van Victor Boucneau!

Victor Boucneau (foto's) is een van die Engelse Boucneau's, afstammelingen van een marmerhandelaar uit Rance. Victor was tijdens zijn actieve carrière marmerhandelaar en beeldhouwer in Londen. Hij verhuisde later (waarschijnlijk al voor 1911) naar Paignton in Devon. Meer verhalen over hem kan je lezen op onze website.

Het schilderijtje is wel erg leuk. Het werd blijkbaar geschilderd in 1913. Victor was dan 57 jaar. Het is een zicht op enkele typische huizen in het centrum van het dorpje Cockington dat blijkbaar erg bekend is.

Het schilderijtje geeft perfect weer wat er ook op oude postkaarten te zien is en ook vandaag bestaan deze typische huisjes blijkbaar nog.

Cockington ligt tussen  Paignton en Torquay. Vlak in de buurt dus van waar Victor woonde tot aan zijn dood in 1934.


(English version)

Recently, Jim Trewin found on Ebay a beautiful watercolour painting showing a view on some old houses in the English village of Cockington. To his surprise it was painted by Victor Boucneau!

Victor Boucneau (pictures) is one of those English Boucneau, descendants of a marble merchant Rance. During his active carreer, Victor was marble trader and sculptor in London. Later on he moved (probably before 1911) to Paignton in Devon. More stories about him you can find on our website.

The painting is very nice. It was painted in 1913. Victor was then 57 years. It is a sighting of some typical houses in the center of the village of Cockington which is a very well known old village near Torquay.

The painting resembles almost perfect at old postcards and even today these typical houses apparently still exist .

Cockington is between Paignton and Torquay. Close to where Victor lived until his death in 1934.









































Meer info:
https://en.wikipedia.org/wiki/Cockington
http://www.torquay.com/attractions/cockington-village-nr-torquay
https://www.countryside-trust.org.uk/cockington/things-to-do/cockington-village
http://www.torbay.gov.uk/caringforcockington.pdf


19 juni 2015

Cornelius Johannes Boucneau stierf in Godshuis Clep

Mijn 'oud-ouder' (de grootvader van mijn overgrootvader) is Cornelius Johannes Boucneau, geboren in in 1797 in Leisele. In de overlijdensakte van Cornelius kan je lezen dat hij in 1886 stierf in Hoogstade in het Godshuis Clep. Na wat zoeken vonden we dat dit de naam is van het voormalige rusthuis van Hoogstade (Alveringem). Ene Joseph Clep was de 'weldoener' die betaalde voor de oprichting ervan en die graag zijn naam gaf aan dit 'Burgerlijk Godshuis'.

Het is enigszins verwonderlijk dat ook al in die tijd op het platte land rusthuizen bestonden voor 'ouden van dagen' en nog meer dat één van mijn voorouders er in het jaar 1885 werd opgenomen. Cornelius was op dat ogenblik dan ook écht oud: 88 jaar. De gemiddelde levensverwachting in 1885 was immers nog geen 45 jaar  (een interessante grafiek hierover vonden we op de website van de federale overheid)!

Op het moment dat hij in het rusthuis terecht komt, heeft Cornelius nog een ongetrouwde dochter Norbertine en woont hij waarschijnlijk (samen mét zijn ongetrouwde dochter) bij zijn zoon Franciscus Boucneau in Sint-Rijkers. Franciscus is op het ogenblik dat zijn vader naar het rusthuis gaat 49 jaar. Cornelius overlijdt er anderhalf jaar later op 22 december 1886.
Dankzij de heer Steve Lansens, OCMW-secretaris van Alveringem, beschikken we nu over de prachtige bewijsstukken van het verblijf van Cornelius in het Godshuis Clep.

oud register van het rusthuis Clep, Cornelius is nummer 87.
(klik op de afbeelding voor een leesbaar formaat)

De geschiedenis van het rusthuis en van zijn oprichter Winoc Joseph Placide Clep kan je lezen op de website van het OCMW van de gemeente Alveringem. Godshuis Clep werd gebouwd van 1873 tot 1876. Joseph Clep bepaalde in zijn schenkingsakte zelf hoe het gebouw er moet uitzien: "Al de gebouwen zeer ruim, de verdiepen verheven, bevattende allen wenselijke gerieflijkheden, voor een wel en luchtig gesticht, altijd goed onderhouden met de grootste netheid. Al de gebouwen een fraaien samenhang uitmakend en geplaatst op een wat verheven grond, opdat de kelderingen altijd van water zouden bevrijd wezen." 

Joseph Clep was dan ook niet de eerste de beste. Hij werd geboren te Herzele (Wormhout) in Noord-Frankrijk in 1785. Tijdens de Franse periode, in 1804, is procureur hij bij het tribunaal van eerste aanleg te Veurne en heeft zijn buitenverblijf in Alveringem. Vervolgens werd hij, na de Belgische onafhankelijkheid, achtereenvolgens notarisklerk, advocaat en notaris in Alveringem en Veurne. Hij werd ook nog  provincieraadslid, lid van de Bestendige Deputatie en Belgisch volksvertegenwoordiger. Hij stierf in 1871.

Het rusthuis werd vanaf 1876 beheerd door de Zusters van liefde van Kortemark tot in 1963. Daarna werd het gemoderniseerd en uitgebaat door het OCMW. Tijdens Wereldoorlog 1 was het een soldatenhospitaal. In oktober 2013 sloot het definitief zijn deuren en verhuisden de bewoners naar een nieuw woonzorgcentrum 't Hoge in Alveringem. Momenteel staat het oude rusthuis Clep te koop.

Info: 
- http://www.alveringem.be/sociaal-huis/wzc-t-hoge/historiek-rustoord-clep


Nog steeds op zoek naar Carla Boucneau...

Carla Boucneau blijft een raadsel. Was ze Belgische of was ze een Française? We weten het nog steeds niet.

Tijdens Wereldoorlog II woonde ze blijkbaar in Duitsland. Hierover lees je meer op onze website. Het is een speciaal verhaal waarin ze vernoemd wordt... Maar voorlopig loopt dit spoor dood.

Een tijdje geleden vonden we op Google een verwijzing naar diezelfde Carla Boucneau in een boek over een Duits schilder, Wollheim. Blijkbaar zou deze haar geschilderd hebben. Het schilderij heeft als titel 'Früchte' met de vermelding dat het in 1928 geschilderd werd en bovendien staat er 'Porträt Carla Boucneau, geb. Berger'. Haar echte familienaam is dus blijkbaar Berger! We stuurden een mailtje naar een van de auteurs van dit boek, maar kregen jammer genoeg geen reactie. 

Gert Heinrich Wollheim viel als Duits schilder niet in de smaak van de nazi's. Reeds in 1933 vluchtte hij naar Parijs. Tijdens de oorlog zat hij gevangen in Franse kampen. In 1947 emigreerde hij naar de VS. Misschien is zijn politieke achtergrond wel de link met Carla Boucneau-Berger. 

Onlangs vonden we op de Duitse veilingsite Lempertz tot onze verbazing het schilderij terug. Het werd in mei 2014 geveild voor 5490 euro! Op de website staat ook de afbeelding van het bewuste schilderij 'Früchte', met Carla Berger (Boucneau)!

Jammer genoeg weten we nog steeds niet wie deze Carla Boucneau-Berger in feite is en met welke Boucneau ze dan wel gehuwd was... 

Carla Boucneau blijft dus nog steeds een raadsel, maar we hebben nu wel een mooi beeld van haar!

Meer info:
- https://de.wikipedia.org/wiki/Gert_Heinrich_Wollheim
https://en.wikipedia.org/wiki/Gert_Heinrich_Wollheim
https://nl.wikipedia.org/wiki/Unie_van_Internationale_Progressieve_Kunstenaars




02 januari 2015

Marmer van François Boucneau voor Huis José Ciamberlani in Elsene

Onlangs vond ik op de website van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis nog een mooie illustratie van het belang van de marmerindustrie van de familie Boucneau uit Rance en meer bepaald van François Boucneau die in Brussel als marmerhandelaar actief was.

In de archieven van het Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bevindt zich blijkbaar een offerte van François Boucneau van april 1901 voor de levering van marmer voor het zgn. 'Huis José Ciamberlani' in Elsene (Brussel).

bron: KMKG
bron: KMKG
Het is een bekend geklasseerd gebouw van architect Paul Hankar uit 1900, dat gelegen is in de Paul Emile Jansonstraat 23-25. Het werd gebouwd in opdracht van José Ciamberlani, broer van schilder Albert Ciamberlani, van wie het huis ook beschermd is en een gemeenschappelijke tuin heeft met dat van zijn broer.

Allicht had François Boucneau erg goede relaties met heel wat vooraanstaande architecten die in Brussel in die periode actief waren en leverde hij marmerproducten van erg hoge kwaliteit.

Zo wisten we al dat hij marmer leverde voor de woning Hotel Solvay van architect Horta!





(version français)

Récemment, j'ai trouvé sur le site des Musées royaux d'Art et d'Histoire une belle illustration de l'importance de l'industrie du marbre de la famille Boucneau de Rance et en particulier de François Boucneau qui a été actif à Bruxelles en tant que commerçant de marbre.

Dans les archives des Musées royaux d'Art et d'Histoire est apparemment un devis de François Boucneau d'Avril 1901 la fourniture de marbre pour l'Hôtel José Ciamberlani à Ixelles (Bruxelles).
C'est un bâtiment bien connu, de style Art nouveau, conçu par l'architecte Paul Hankar en 1900, situé dans le  rue Paul Emile Janson 23-25. Il a été construit pour José Ciamberlani, frère du peintre Albert Ciamberlani, dont la maison est protégée aussi et dispose d'un jardin commun avec celle de son frère.

François Boucneau avait probablement de très bonnes relations avec de nombreux architectes principaux qui étaient actifs à ce moment à Bruxelles et il n'a donné de produits en marbre de très haute qualité.
Nous savions déjà qu'il fourni aussi le marbre pour la maison Hôtel Solvay de l'architecte Horta!

Bronnen:
http://www.irismonument.be/nl.Elsene.Paul_Emile_Jansonstraat.23.html
http://www.irismonument.be/nl.Elsene.Defacqzstraat.48.html